Historie van het Beneden Sas
Het sluizencomplex stamt uit 1824 (en deels uit 1884) en is in de afgelopen decennia volledig gerenoveerd. Het bouwwerk is aangelegd om het achterliggende land te beschermen tegen hoog water van het Krammer Volkerak en daarnaast om het hoogteverschil tussen eb en vloed te overbruggen voor de scheepvaart. Tot de jaren zeventig van de twintigste eeuw had de Vliet grote betekenis voor de beroepsvaart. Suikerfabrieken, zand- en grindbedrijven, een betonmortelcentrale en een oliedistributiecentrum in Roosendaal hadden allemaal hun vestiging aan het water voor de aan- en afvoer van grondstoffen en producten. De jaren 1967 en 1968 waren topjaren met een geschut tonnage van één miljoen ton per jaar. Maar daarna zette de neergang in door alternatief goederenvervoer over de weg. Bedrijven werden verplaatst waardoor nog vóór de eeuwwisseling het vrachtvervoer per schip over de Vliet tot nul was gereduceerd.
Naast de sluizen bevindt zich op deze plek een kleinschalig buurtschap dat bestaat uit enkelen historische panden waarin onder andere een winkeltje en het schippershuis gevestigd waren. In de loop van vorige eeuw is door de afname van het vrachtverkeer het buurtschap veel kleiner geworden. De verhalen over Merijntje Gijzen (A.M. de Jong) spelen deels op het Benedensas af. Met name in het café dat gelegen is op het eiland (voormalige schippershuis). In de jaren ‘60 kwam het Benedensas op de lijst van Rijksmonumenten te staan. Het was in die tijd het tweede waterbouwkundige monument op deze lijst na het Lely-gemaal.
Sinds de voltooiing van de Philipsdam is het getij verdwenen en heeft de sluis haar directe functie verloren. Maar met de unieke ligging en de bijzondere sfeer die het sluizencomplex uitstraalt biedt deze plaats volop mogelijkheden op toeristisch en recreatief gebied.

benedensas sluis

benedensassluis